En poursuivant votre navigation sans modifier vos paramètres, vous acceptez l'utilisation des cookies pour améliorer le fonctionnement de notre site.
Pour gérer et modifier ces paramètres, cliquez ici.

LAAC

Te midden van een beeldentuin, waterpartijen, steenblokken en windvlagen – het strand ligt maar een boogscheut ver – strekt het Lieu d’Art et Action Contemporaine (LAAC) zich met zijn verrassende architectuur in witte keramiek naar de hemel uit. Het museum, dat bruist en straalt zoals in de jaren van de popart, bezit een erg uitgebreide collectie van meer dan 1500 kunstwerken als spiegel van de jaren 1940-1980. Zo zijn er werken te zien als Circus van Karel Appel, Car Crash van Andy Warhol en Valise Expansion van César, die afhankelijk van de tentoonstellingskalender afwisselend gepresenteerd worden. Een echte ‘must’ in het museum is de verzameling grafische kunst waar de bezoeker uitzonderlijk zijn eigen weg kan uitstippelen en in de vele laden en schuifkasten zowat 200 tekeningen en prenten kan bewonderen.
Het gezellige, warme museum biedt een waaier van speelse, interactieve mogelijkheden om de vele kunstwerken met het gezin of onder vrienden te ontdekken. Dankzij het rijkgevulde evenementenprogramma kan men het hele jaar door genieten van een mooie combinatie van beeldende en levende kunsten.
Samen met het nabijgelegen Fonds Régional d’Art Contemporain (FRAC) vormt het een toplocatie om van hedendaagse kunst te proeven.

Een buitengewone geschiedenis

Wanneer in de jaren 1960 het bedrijf Usinor zich in Duinkerke vestigt en de haven zich razendsnel ontwikkelt, ondergaat de stad een immense industriële explosie.

Onder invloed van die economische dynamiek zal Gilbert Delaine, ingenieur bij de technische dienst van de stad en gepassioneerd kunstliefhebber, het culturele gezicht van Duinkerke grondig veranderen. Door zijn contacten met lokaal kunstenaar Arthur Van Hecke en met Ladislas Kijno ontdekt hij een nieuwe wereld, die van de hedendaagse kunst. Hij doorkruist gans Noord-Europa om tentoonstellingen te bezoeken en kunstenaars te ontmoeten en begint al snel te dromen van een museum in zijn eigen stad, een plaats waar de meest moderne vormen van artistieke creatie getoond worden en een spiegel voor de permanente innovatie van de Duinkerkse industrie. Op grond van de wet-Malraux van 1961 over het mecenaat contacteert hij in 1974 meer dan duizend bedrijven om hen zijn project uiteen te zetten: van zo’n zestig ontvangt hij uiteindelijk ook financiële steun. Hij richt de vereniging L’Art contemporain op, loopt galerieën, verzamelaars en kunstenaars af, onderhandelt voor elk aangekocht werk en tracht gelijkwaardige schenkingen te verwerven om zo beetje bij beetje een zeldzame collectie hedendaagse kunstwerken samen te stellen.

Tegelijk overtuigt de vereniging de stad om een open, levend en voor iedereen toegankelijk museum op te richten, in ruil voor de overgave van zijn volledige collectie. Zo wordt in 1979 in de buurt van de scheepswerven begonnen met de aanleg van een beeldentuin, kort daarna gevolgd door de bouw van het museum zelf dat op 4 december 1982 wordt ingehuldigd. De vereniging L’Art contemporain blijft daarna de collectie verrijken: van ongeveer 600 werken in 1982 groeit die aan tot meer dan 1000 in 1985. Tevens werkt ze mee aan de organisatie van tal van tentoonstellingen.

Helaas duiken al snel architecturale problemen in het gebouw op, wat ertoe leidt dat de collecties in 1994 moeten verhuizen. Een deel wordt in het Musée des Beaux-Arts tentoongesteld. Van 1994 tot 1997 loopt in het museum voor hedendaagse kunst een nieuw project, “dialogue-céramique” rond het thema van hedendaags aardewerk en glaswerk.

Eind 1997 sluit het museum de deuren voor werken. Er wordt nagedacht over een nieuw project terwijl het bureau Grafteaux&Klein wordt gekozen voor de binneninrichting. In 2005 gaat het museum onder de nieuwe naam LAAC (Lieu d’Art et Action Contemporaine) weer open, met een expositie- en aankoopbeleid toegespitst op de kern van de collectie, de kunst van de jaren 1950-1980.

Het gebouw

De architectuur van het museum werd in 1977 toevertrouwd aan Jean Willerwal. De eerste steen werd gelegd in juni 1979 en het gebouw werd voltooid in december 1982.

Uit de architectuur spreekt duidelijk het project van het museum: de bouwstijl is opgevat als een getuige van het tijdvak waarin de collectie zich situeert, namelijk de jaren 1950-1980, en weerspiegelt op zich al de artistieke creatie van die periode. Een wandeling rond het gebouw biedt een kijk op een wonderbaarlijk bouwwerk van glas en keramiek, met witte tegels en puntige toppen als een witte diamant.

Jean Willerwal vatte het destijds zelf samen als een gebouw dat gebaseerd is “op intuïtie, passie en liefde, veeleer dan op regels en normen!”. Er waren geen voorschriften, er was geen wedstrijd onder architecten… Alleen de tuin bestond al, net als het enthousiaste team rond Gilbert Delaine.

Op het gelijkvloers nodigt een uitgestrekt forum in de vorm van een amfitheater en met een breed glazen dak uit tot contact en dialoog. Vanuit die centrale plaats lijkt alles zich te ontspinnen, met verschillende leefruimtes eromheen: zalen waar workshops voor jongeren gegeven worden, een auditorium, een cafetaria, kantoren…

Via een oplopend vlak rondom de zitrijen van het forum of langs een wenteltrap bereikt de bezoeker geleidelijk aan de tentoonstellingszalen.

Op de eerste verdieping valt meteen het contrast op tussen de sfeervolle, cirkelvormige wandelgangen, de acht vierkante, afgeschermde maar tegelijk erg toegankelijke tentoonstellingszalen en de glazen dakramen met gebroken hoeken die het geheel een apart gevoel schenken en de bezoeker een blik gunnen op de beeldentuin en de zee.

Ter hoogte van de tweede verdieping is een mezzanine opgehangen, een breed plateau in de vorm van een achthoekige ring, met een reling rondom zodat de tentoonstellingszalen en het forum zichtbaar blijven.

Nadat het museum in 1997 de deuren sloot voor werken werd de nieuwe inrichting in 2003 in handen gegeven van de architecten Richard Klein en Benoît Grafteaux. Zij wilden niet zozeer in confrontatie gaan met de bestaande architectuur maar kozen ervoor om die te integreren en modulair in te vullen op basis van het nieuwe museografische project. Ze hanteerden daarbij volgende krachtlijnen: het werken met vloeiende ruimtes die geoptimaliseerd werden door het gebruik van meubilair; de aanleg van een verzameling grafische kunst op de tweede verdieping; de herschikking van de verlichting; de aanpassing van de akoestiek door het verwerken van geluidsvlakken en -kegels in de plafonds en in het centrale glasdak; het creëren van meer sfeer door het aanbrengen van frisse kleurtoetsen en het inzetten van houten meubels of panelen om het geheel warmer te maken.

De verzameling grafische kunst

Eén van de pronkstukken van het LAAC is zonder twijfel de zeldzame collectie grafische kunst die in 2005 werd aangelegd. Deze ontvouwt zich over de ganse tweede verdieping van het museum, een grote ringvormige ruimte met glazen vlakken rondom waardoor het omliggende landschap te bewonderen valt.

In deze betoverende ruimte, waar dankzij het meubilair in fineereik en de hoogwaardige akoestiek heel wat warmte uit spreekt, wordt de museumcollectie van werken op papier in optimale omstandigheden bewaard en tentoongesteld.

Origineel aan deze verzameling is dat de bezoeker de mogelijkheid krijgt om zijn eigen traject uit te stippelen en zo op z’n eigen ritme meer dan 140 stukken van de collectie kan ontdekken. Daartoe opent hij gewoon een lade van de lage meubelen die verspreid staan over de ruimte of trekt hij één van de schuifpanelen uit van de hoge kasten langszij.

Dankzij deze buitengewone ruimtelijke techniek kunnen lichtgevoelige en dus kwetsbare werken, die doorgaans maar erg zelden getoond worden en bij voorkeur in het donker worden bewaard, toch permanent tentoongesteld worden.

Volgens het principe van een opengesteld magazijn toont de verzameling grafische kunst de werken overigens in hun meest eenvoudige vorm: het blad kan in zijn geheel worden aanschouwd, zonder zichtbare drager; er is geen omlijsting of constructie die de zijkanten of de onregelmatige randen van het werk deels of volledig verbergt.

De verzameling grafische kunst wordt als museumonderdeel geregeld ingenomen door tijdelijke tentoonstellingen. Tekeningen, prenten, foto’s, … worden dan uitgeleend door instellingen en verzamelaars of worden uit de museumcollectie geselecteerd op basis van een welbepaald thema. De werken worden dan gewoon in de brede uitstalkasten bovenop de meubelen gelegd of aan de weinige wandpanelen gehangen.

De beeldentuin

“De tuin is vooral bedoeld als ontmoetingsplaats. Precies dáár heb je tijd, neem je de tijd. De tijd om even rond te kijken, om het zand onder je voeten te voelen tintelen, om een geurende plant tussen je vingers te wrijven, de tijd om enkele woorden uit te wisselen, om een werk te bekijken, de tijd om het soms even stil te maken…” Gilbert Samel

De beeldentuin, ideaal voor een moment van keuvelen, van wandelen en ontdekken, ligt beschut tegen de wind en weg van de drukte van de stad en vormt zo een echt juweeltje voor het LAAC. De tuin is een totaalontwerp van landschapsarchitect Gilbert Samel, in samenwerking met kunstenaar Pierre Zvenigorodsky, en werd afgewerkt in 1980, kort vóór de bouw van het museum.

De tuin is gelegen tussen het afvoerkanaal en de voormalige site van de scheepsbouwwerven, wordt omgeven door vestingen en bestaat uit vier hectare groene, ronde glooiingen, een verwijzing naar de bewegingen van duinen en wind. Te midden van een rijke flora van wilgen, zandhaver en bremstruiken liggen twee waterpartijen. Water en planten wisselen elkaar af, bieden mooie zichten en spelen voortdurend – in contrast of als klemtoon – met de omgeving.

Langs de kronkelige paadjes en omheen de watervlaktes duiken achttien metalen, betonnen of stenen beeldhouwwerken op. Anchorage, een assemblage van ankers van Arman, staat er tegenover de blauwstenen Pleureuses van Eugène Dodeigne; Deux Arcs de 204° chacun in geverfd staal van Bernar Venet dient als tegenwicht voor de gekleurde Poisson van Karel Appel; de Sculpture sonore van Pierre Zvenigorodsky wiegt mee op de wind terwijl de Bird Islands van Charlotte Moth tussen de waterlelies drijven en de betonnen Moutons van Claude François-Xavier Lalanne onbewogen in het groen staan. De werken Goldie en Fallen Astronaut van Paul Van Hoeydonck verwijzen naar sciencefiction en ruimtereizen terwijl Claude Viseux met zijn Hommage à Pedro Rodriguez refereert aan het tragische ongeval van de Formule 1-piloot. Chaos de marbre van Gilbert Samel verzoent natuur met sculptuur en past bij Structure variable du nucleus van Sergio Storel, bij de fontein Pierre noire van Pierre Zvenigorodsky en bij Socratea Exorrhiza van Albert Féraud, met ineengekronkelde staalplaten net als de gelijknamige boom. Discreet weggestopt achter het museumgebouw staat de Sculpture géométrique van Geneviève Claisse die er fel afsteekt tegen de grote witte architectuur.

Project

Door de nabijheid van het strand, zijn tuin vol mysterie en zijn warme inrichting leent het LAAC zich uitstekend voor een bezoek met het gezin of onder vrienden. Alles is aanwezig om het de bezoeker – jong of oud – naar de zin te maken en te laten kennismaken met kunst: leuke trajecten in de tuin of doorheen de collecties, zintuigspelletjes en -boekjes, museumfeesten, activiteiten en workshops voor kinderen… Het LAAC maakt er ook een prioriteit van om iedereen in contact te brengen met kunst en dus met de eigen collecties. Daarom worden met partners uit het maatschappelijk veld en het verenigingsleven zowel binnen het museum als ‘extra muros’ projecten uitgewerkt die afgestemd zijn op ieders behoeften. In samenwerking met de culturele spelers van de stad en de streek wordt een rijkgevuld evenementenprogramma aangeboden waarin de verschillende vormen van artistieke expressie aan bod komen: performances, muziek- en dansvoorstellingen, poëzie- en filmavonden, …

Het LAAC is één van de weinige musea in Frankrijk die een overzicht biedt van de Franse kunst uit de jaren 1950 tot 1980 en het museum richt zijn cultureel beleid dan ook op die periode, aangevuld met projecten van het FRAC. De tentoonstellingskalender wordt opgebouwd rond de kunstenaars van die tijd – Yves Klein/Marie Raymond, Olivier Debré, Anthony Caro, ... – en rond de periode waarin de werken tot stand zijn gekomen, zoals “De jaren ‘68” waar de collecties opnieuw in hun historisch kader werden gesitueerd. Bij de CoBrA-expositie werd het voortbestaan van de visie van de groep onder de loep genomen en nu wordt nagegaan hoe kunstenaars, sinds Marcel Duchamp, met objecten zijn omgegaan. Het museum staat ook open voor hedendaagse kunst: zo worden actuele werken vertoond die in dialoog gaan met de collecties, krijgen kunstenaars een forum aangeboden en worden ze uitgenodigd om in het museum zelf te werken: Bertrand Gadenne/Etienne Pressager, Michel Laubu, …

Het LAAC werkt nauw samen met de musea uit de streek – tentoonstellingen rond Alberto Giacometti, Arman, Richard Serra… beeldhouwers die zich wagen aan prenten in de 20ste eeuw, Anthony Caro, sculpturen van staal… – en bouwt geleidelijk aan een hechte band uit met musea in Frankrijk en Noord-Europa – Centre Pompidou (Parijs), SMAK (Gent), CoBrA-museum (Amstelveen), … Zo draagt het LAAC ten volle bij aan de nationale en internationale uitstraling van de regio.

Contacten

Directie van de musea
Sophie Warlop
Secretariaat: +00 33 3 28 29 56 00
musee@ville-dunkerque.fr

Administratieve en financiële directie
Hélène Casteleyn

Wetenschappelijk team en beheer van de collecties
Manager: Sophie Warlop
Collecties grafische kunst en lokale geschiedenis: Myriam Morlion
Collecties voorwerpen: Claude Steen
Algemeen beheer: Pauline Lucas
Documentatie: Rodolphe Vandezande
Bibliotheek – audiotheek: Edvin Tapio

Afdeling public relations
Manager: Richard Schotte
Programmatie van evenementen: Maggy Minne
Specifieke doelgroepen: Juliette Nardella
Rondleidingen en scholen: Cathy Christiaen
Reserveringen: Mémona Mahamoud et Sandrine Drieux

Communicatie en externe betrekkingen
Anne Rivollet

Technische ploeg
Manager: Serge Martres
 


Om een e-mail te sturen, stel je het adres als volgt samen:
voornaam.achternaam@ville-dunkerque.fr

Deze pagina afdrukken

Tentoonstellingen

JEAN-MICHEL MEURIC... LAAC

14.10.2016 - 02.04.2017

Onze vaste waarden... LAAC

20.11.2014 - 31.12.2018